Kort antwoord: steek de sensor in het midden van het dikste deel van het vlees, weg van bot, vet en pezen. Zorg dat het hele meetgedeelte in het vlees zit. Welke temperatuur je moet halen, staat in de kerntemperaturen-tabel.
De basis
Iowa State University Extension beschrijft de juiste plek als “the center of the thickest part of the food away from bone, fat, or gristle”. Raakt de sensor bot, vet of pezen, dan meet je niet het vlees zelf.
Hoe diep?
Het hele meetgedeelte moet in het vlees zitten. Iowa State: “manufacturer’s instructions should be followed regarding depth of insertion”. Staat er niets in de handleiding, kijk dan of er een inkeping op de sensor zit. Die geeft aan tot waar het meetgedeelte loopt, en tot daar moet hij erin.
Wijzer- of digitale thermometer
Hoe diep de sensor erin moet, hangt af van het soort thermometer. Bij een wijzerthermometer noemt Iowa State “usually 2 to 3 inches” (ongeveer 5 tot 8 cm). Bij een digitale insteekthermometer zit het meetpunt in de punt, dus hij hoeft minder diep.
Geef de meter ook even de tijd. Iowa State noemt ongeveer 15 tot 20 seconden voor een wijzerthermometer en ongeveer 10 seconden voor een digitale. Lees pas af als de waarde stilstaat.
Wanneer meet je?
Met een insteekthermometer meet je richting het einde van de bereiding. Iowa State adviseert dat om de kans op bacterieoverdracht van buiten naar binnen en op vochtverlies te beperken. Een thermometer die blijft zitten steek je er volgens de handleiding van dat model in.
Per soort vlees
| Wat | Waar meet je | Let op |
|---|---|---|
| Gebraad (rund, varken, lam) | halverwege het stuk, in het dikste deel | niet tegen het bot; bij een onregelmatig stuk op meerdere plekken |
| Losse kipdelen (dij, bout, vleugel, filet) | in het dikste deel van dat stuk | niet tegen het bot |
| Hele kip | op drie plekken: binnenkant van de dij, binnenkant van de vleugel en het dikste deel van de borst | niet tegen het bot; elke plek moet de veilige temperatuur halen |
| Dunne stukken (burger, karbonade, kipfilet) | van opzij in het dikste deel | een digitale insteekthermometer hoeft minder diep |
Iowa State raadt aan een onregelmatig stuk, zoals een rundergebraad, op meerdere plekken te meten.
Voor een hele vogel beschrijft University of Illinois Extension het zo: “the innermost part of the thigh and wing and the thickest part of the breast”. Eén meting in de dij is dus niet genoeg voor een hele kip. De veilige temperatuur staat op kerntemperaturen.
Insteekthermometer of thermometer die blijft zitten?
- Een insteekthermometer gebruik je voor een snelle controle. Steek hem telkens schoon in het vlees; Iowa State: “Use a clean thermometer for testing each time it is inserted”.
- Een thermometer die blijft zitten (met kabel of draadloos) steek je er één keer in. Hoe diep en waar, staat in de handleiding van dat model.
Welke soort bij je past, lees je in Beste kernthermometers en in de vergelijking van kernthermometers.
Schoon meten
Steek de sensor elke keer schoon in het vlees, zeker als je eerst rauw vlees en daarna iets anders meet. Hoe je hem schoonmaakt, bepaalt de maker; Iowa State: “Follow manufacturer’s directions for washing before and after each use”. Mag je jouw thermometer onder de kraan houden of niet? Dat lees je bij Kernthermometer geeft geen meting.
Klopt de waarde niet?
Twijfel je aan wat je thermometer aangeeft, controleer hem dan met de ijswatertest. Hoe dat werkt, lees je in Kernthermometer ijken.
Veelgestelde vragen
Waar steek je een kernthermometer in?
In het midden van het dikste deel van het vlees, weg van bot, vet en pezen. Zo beschrijft Iowa State University Extension het.
Hoe diep moet de thermometer erin?
Zo diep dat het hele meetgedeelte in het vlees zit. Volg de handleiding van je thermometer; op sommige sensoren zit een inkeping die aangeeft tot waar het meetgedeelte loopt.
Hoe meet je in dunne stukken zoals kipfilet of een burger?
Steek de sensor van opzij in het dikste deel. Een digitale insteekthermometer hoeft volgens Iowa State minder diep dan een wijzerthermometer.